Jij ontbreekt aan mij – Mirjam Rotenstreich

 24,99

Artikelnummer: 9789044549584

Beschrijving

Het is niet uit te leggen, merkte Mirjam Rotenstreich, als ze de vraag kreeg hoe het met haar ging. Beheerst door Verdriet, Gemis en Leed om haar zoon Tonio, die in 2010 overleed aan de gevolgen van een verkeersongeluk, staat haar leven in het teken van VGLT, ofwel overleven. Dat begrijpt iedereen. Maar wat dat werkelijk betekent, is door niemand na te voelen.

En toch. In de afgelopen jaren schreef Rotenstreich korte teksten die vaak hartverscheurend zijn, soms onverwacht luchtig, en die telkens één aspect behandelen van het leven van een moeder zonder kind. Kerstmis, pakjesavond, tandenpoetsen, films kijken, verdrietliedjes horen, naar de supermarkt gaan – de aanleiding kan futiel lijken, maar met een gebroken hart heb je aan weinig genoeg om van slag te raken.

Stukje bij beetje ontdekte Mirjam dat het tóch kan. Het indrukwekkende bewijs is Jij ontbreekt aan mij: een liefdevol portret van Tonio, én een alleszeggend antwoord op de vraag hoe het nu met haar gaat. Er zijn woorden voor: dat liet haar man A.F.Th. van der Heijden zien in Tonio. Een requiemroman (2011). Men kan Jij ontbreekt aan mij bezien als haar kant van de zaak.

‘Jij bent heel confronterend in jouw lijden, Mirjam. Dat zeg ik maar eerlijk, want ik denk dat ik het nu eindelijk beter begrijp. Jij wil geen oplossing, geen verlichting bij het lijden, geen uitweg. Ik snap nu waarom. Je wil jouw zoon dicht bij je houden en maakt je daarom vast aan zijn dood en aan jouw verdriet. Als een Grieks koor willen we eerst mee treuren en je vervolgens aanmanen tot aanvaarding. Je houdt ons een spiegel voor. Daar staan we in onze onbeholpenheid, in onze poging aan jou voorbij te gaan zodat je lijden stopt. En daar sta jij met al die kracht, voorbij wat voor troost ook die wie ook zou kunnen bieden.’

– Jeroen Olyslaegers

‘Rouw is rauw, schreef Connie Palmen al. Maar dat rouw voor altijd is, weten we van Mirjam Rotenstreich, die zichzelf telkens weer, via haar herinneringen aan haar overleden zoon Tonio, aan een pijnlijk, in de zin van ondraaglijk zelfonderzoek onderwerpt. Je kunt dit niet anders lezen dan met huivering en bewondering – dat laatste voor haar moed en voor haar literaire eredienst voor Tonio.’

– Jeroen Vullings